Radna Fabias
I
ik ben bruin en tegen mijn randen klotst water
ik laat een spoor achter op het pad
- ik loop hier al jaren -
achter mij klaagt steeds iemand dat hij uitglijdt – meestal een man –
ik zeg 'dat komt door de tranen'
ik weet: het is de zee
(soms zeg ik
'het is de regen'
ook dat lieg ik
het is altijd de zee)
II
ik ben blauw
ik ben vast boos blauw
aan de oppervlakte rimpel ik zachtjes
ik geef vreemdvormige gedrochten
een thuis het spijt me niet
dat mijn tong zo zout is
III
ik houd van een goede rots
zwart en hard en vol geheimen
ik ben van water
ik ben water
ik laat me door de wind ophitsen
ik houd van een goede rots
ik slijp zijn randen
Fabias, Radna. Habitus. Uitgeverij De Arbeiderspers, 2020.
All rights reserved. For reproduction and/or publication of this poem by means of printing, photocopying or in any other way, prior written permission must be obtained from De Arbeiderspers. Text and data mining are prohibited.